Ik heb de website nu als een longitudinaal muziekcorpus behandeld in plaats van als losse blogberichten. Daarbij heb ik de beschikbare jaaroverzichten van 1989–2025, de huidige lijsten van 2026, de Revisited-reeksen, Foreign Singles, Eurovision-lijsten, Awards en de veranderende toelichting op de Top 17 naast elkaar gelegd.
Daaruit komt een veel scherper beeld naar voren dan uit mijn
eerste close reading. De hoofdconclusie is dat we niet met één eenvoudige
ontwikkeling van muzieksmaak te maken hebben, maar met drie processen die
over elkaar heen lopen:
persoonlijke smaakontwikkeling + internationalisering van
het muzikale aanbod + verandering van de regels waarmee de Top 17 die smaak
registreert.
Juist dat derde element blijkt essentieel.
1. Eerst het corpus: wat kunnen we werkelijk
longitudinaal vergelijken?
De Top 17 zelf bestaat sinds 13 maart 1993 en is de opvolger
van een Top 20 die tussen 1989 en 1992 werd samengesteld. De huidige website
heeft jaaroverzichten van 1993 tot en met 2025 en daarnaast de historische Top
20-jaaroverzichten van 1989, 1990 en 1991. Een afzonderlijk online
jaaroverzicht van 1992 is in de huidige labelstructuur niet aanwezig. 2026 is
uiteraard nog geen compleet jaar: de meest recente lijst is op dit moment week
34, gedateerd 22 augustus 2026.
Daarmee beschikken we voor exacte vergelijking van de jaarwinnaar
over 36 volledige jaren: 1989–1991 plus 1993–2025. Voor de inhoudelijke analyse
kunnen we veel verder gaan, omdat de jaaroverzichten meestal een Top 100,
albums, non-singles en awards bevatten.
Ik heb daarbij de volgende dimensies gebruikt: taal,
geografische herkomst, soloartiest/groep/samenwerking, Eurovision-relatie,
breed genreprofiel, terugkerende artiesten, afhankelijkheid van de Nederlandse
mainstream en het verschil tussen oorspronkelijke en retrospectieve waardering.
En meteen blijkt iets methodologisch heel belangrijks.
2. De Top 17 meet door de jaren heen niet precies
hetzelfde
De huidige uitleg zegt expliciet dat vroeger alleen recente
singles konden worden opgenomen die in Nederland waren uitgebracht.
Tegenwoordig is dat criterium losgelaten: een nummer moet als afzonderlijke
release herkenbaar zijn, bijvoorbeeld via Spotify of een videoclip, maar mag
internationaal worden uitgebracht. Daarnaast bestond een aparte Foreign
Single Top 3 voor singles die juist níét in Nederland waren uitgebracht; de
site noemt Engeland, Frankrijk en Zweden als belangrijke bronnen.
Dit betekent dat we voorzichtig moeten zijn met de simpele
conclusie:
“Ruud is steeds internationaler van muziek gaan houden.”
Dat is gedeeltelijk waar, maar de oude meetmethode
onderdrukte internationaliteit ook.
Als Ruud in 2005 een Frans nummer fantastisch vond dat geen
Nederlandse release kreeg, kon dat nummer in principe buiten de gewone Top 17
vallen en in de Foreign Single Top terechtkomen. Een vergelijkbaar nummer kan
in 2026 rechtstreeks de Top 17 in.
Dus:
waargenomen internationalisering = werkelijke
smaakontwikkeling + toegenomen beschikbaarheid + versoepeling van de
inclusieregels.
Dit is een van de belangrijkste resultaten van de analyse.
3. Toch is er een echte smaakontwikkeling — en die is
behoorlijk groot
Wanneer we alleen naar de jaarwinnaars kijken, krijgen we al
een verrassend sterk signaal.
Van de 25 beschikbare jaarwinnaars tussen 1989 en 2014
zijn er slechts vier duidelijk niet-Engelstalig: Vrede en Ik kan echt
zonder jou/Buseruka in 1993–1994, Dragostea din tei in 2004 en Boten
Anna in 2006. Dat is ongeveer 16 procent.
Van de elf jaarwinnaars tussen 2015 en 2025 zijn er
zeven niet-Engelstalig:
2015 Andalouse
— Frans
2016 Encore un soir — Frans
2018 La cintura — Spaans
2020 Habibi — Frans
2023 Hay que vivir el momento — Spaans
2024 Se não houvesse amor — Portugees
2025 Tengo el poder — Spaans.
Dat is ongeveer 64 procent.
Dat verschil is te groot om slechts een toevallige
fluctuatie te zijn. De jaaroverzichten vanaf 2015 bevestigen bovendien dat het
niet alleen om de winnaar gaat: Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Portugees,
Grieks, Zweeds en andere talen verschijnen steeds verder bovenin en steeds
vaker.
2015 is daarom het beste empirische breekpunt.
Niet omdat internationale muziek daar ineens begint, maar
omdat vanaf dat moment niet-Engelstalige continentale pop van een bijzondere
categorie verandert in een normaal onderdeel van de centrale smaakcanon.
4. De ontwikkeling verloopt volgens mij in vijf fasen
|
Fase |
Karakter van de Top 17 |
Kenmerkende artiesten/ontwikkelingen |
|
1989–1994 |
Nederlandse/Anglo-Amerikaanse hitparadecultuur |
Madonna, BZN,
Gloria Estefan, Kylie Minogue, Ruth Jacott |
|
1995–2003 |
vocalistische en emotionele internationalisering |
Céline Dion,
Lara Fabian, Enrique Iglesias, Alizée, Garou, Delta Goodrem |
|
2004–2011 |
eerste structurele Europese verbreding |
O-Zone, Helena
Paparizou, Basshunter, Natasha St-Pier, Patrick Fiori, Tiziano Ferro,
Alphabeat |
|
2012–2017 |
Eurovision als internationaliseringsversneller |
Loreen, Emmelie de Forest, Common Linnets, Kendji Girac,
Amir, Marco Mengoni, Koit Toome & Laura |
|
2018–2026 |
volwaardige pan-Europese persoonlijke canon |
Álvaro Soler, Kendji, Tim Bendzko, Michalis Hatzigiannis,
Manuel Carrasco, Pablo Alborán, Marco Mengoni, Michael Schulte, Mickael
Carreira |
Die fasen vragen enige toelichting.
5. 1989–1994: nog sterk binnen de Nederlandse
hitparadewereld
De oorspronkelijke Top 20 van 1989 is buitengewoon
herkenbaar als laat-jaren-tachtigse Nederlandse hitlijstcultuur. De hoogste
plaatsen worden ingenomen door Madonna, Gloria Estefan, BZN, Bangles, Kylie
Minogue & Jason Donovan, Kate Bush, Martika en Jason Donovan.
In 1990 vinden we
Madonna, Kylie, BZN, Maria McKee, Jason Donovan, A-ha, New Kids on the Block,
Matthias Reim, Gloria Estefan, Elton John en Lisa Stansfield.
In 1991 staan BZN
en de Grease Megamix zelfs boven Mylène Farmer, Bryan Adams, Madonna,
Carola en Gloria Estefan.
Vanaf 1993
verschijnt Ruth Jacott met Vrede als jaarwinnaar, gevolgd door BZN, Pet
Shop Boys, Madonna, Niamh Kavanagh, Kim Wilde, Whitney Houston en Gloria
Estefan.
Dit is nog geen geïsoleerd Nederlands smaakuniversum —
Mylène Farmer, Carola, Amina, Laura Pausini en Matthias Reim bewijzen het
tegendeel — maar de Nederlandse hitmarkt fungeert nog als belangrijkste
poortwachter.
En gezien de eerder door jou gegeven leeftijdscontext is nog
iets cruciaal: de Top 20 van 1989–1992 registreert letterlijk de muzieksmaak
van een kind dat naar de adolescentie toegaat. Daardoor zijn de vroege lijsten
methodologisch veel interessanter dan wanneer we ze zouden behandelen alsof ze
door een volwassene waren samengesteld.
6. 1995–2003: de Céline-fase is eigenlijk een nieuwe
smaakfase
Vanaf 1995 verandert de esthetische kern.
Céline Dion wint 1995 met Think Twice, 1996 met It's
All Coming Back to Me Now en 1998 met My Heart Will Go On. In 2002
wint zij opnieuw met A New Day Has Come. In 2016 komt daar nog Encore
un soir bij.
Céline Dion heeft daarmee vijf jaaroverwinningen in
de beschikbare reeks, meer dan iedere andere artiest.
Madonna volgt met drie: 1989, 1990 en 1997.
BZN, Ruth Jacott, Kendji Girac en Manuel Carrasco hebben
ieder twee; wanneer we de samenwerking van 2017 meetellen, is Koit Toome als
uitvoerende artiest eveneens bij twee jaarwinnaars betrokken.
Céline is daardoor niet zomaar een vaak voorkomende
favoriete zangeres. Tussen ongeveer 1995 en 2002 vormt zij bijna het esthetische
zwaartepunt van de hele lijst.
De smaak verschuift in deze periode naar grote melodieën,
sterke vocalen, ballads, dramatische emotionele opbouw en internationale adult
pop. Naast Céline verschijnen Lara Fabian, Andrea Bocelli, Sarah Brightman,
Enrique Iglesias, Ricky Martin, Ronan Keating, The Corrs en later Alizée en
Garou. In 2000 wint Lara Fabian met I Will Love Again; in 2001 staat
Alizées Moi… Lolita al op 6 en staan Garou & Céline met Sous le
vent op 14 en Les rois du monde op 15.
Hier begint dus al iets dat later veel groter wordt:
de Franse en continentale Europese dimensie.
2015 is daarom niet de oorsprong daarvan. Het is het moment
waarop een ontwikkeling die rond de millenniumwisseling al zichtbaar wordt,
dominant genoeg wordt om het centrum van de lijst over te nemen.
7. 2004–2011: Europa breekt daadwerkelijk door
2004 is een interessant scharnierjaar.
De jaarwinnaar is niet een Britse of Amerikaanse popster
maar het Moldavisch-Roemeense O-Zone met Dragostea din tei. Ruslana
staat met Wild Dances op 4 en Céline Dion staat met het Franstalige Tout
l'or des hommes eveneens hoog.
In 2005 wint de Grieks-Zweedse Helena Paparizou met
Eurovision-winnaar My Number One. Verder verschijnen Akcent, Luca
Dirisio, Jonatan Cerrada en Tina Arena met Franstalig repertoire.
Dan komt 2006:
Boten Anna van Basshunter wint — in het Zweeds. Anna
Vissi staat tweede, Kate Ryan zingt Frans, Natasha St-Pier en Patrick Fiori
eveneens, Tiziano Ferro brengt Italiaans binnen en Tina Arena is opnieuw met
Franstalig repertoire aanwezig.
Dit is een veel wezenlijker verandering dan alleen enkele
exotische uitzonderingen.
De Top 17 wordt in deze periode voor het eerst herkenbaar
als een Europese muziekconsument.
Maar er blijft een merkwaardige spanning bestaan: de gewone
Top 17 heeft nog de Nederlandse releasevoorwaarden, terwijl de Foreign Single
Top 3 juist een reservoir vormt voor muziek uit onder andere Frankrijk, Zweden
en het Verenigd Koninkrijk die niet op de Nederlandse markt is uitgebracht.
Dat betekent dat de site zelf gedurende deze jaren feitelijk
twee smaken registreert:
de markt-toegestane smaak en de ruimere feitelijke
smaak.
8. Eurovision blijkt een veel belangrijkere motor dan ik
aanvankelijk dacht
Dit is een van de duidelijkste resultaten van de
longitudinale codering.
Wanneer we uitsluitend kijken naar nummers die daadwerkelijk
een Eurovision-inzending waren én het Top 17-jaaroverzicht wonnen, vinden we:
Vrede — Ruth Jacott, 1993
My Number One — Helena Paparizou, 2005
Euphoria — Loreen, 2012
Only Teardrops — Emmelie de Forest, 2013
Calm After the Storm — The Common Linnets, 2014
Verona — Koit Toome & Laura, 2017
Arcade — Duncan Laurence, 2019.
Dat zijn zeven van de 36 beschikbare jaarwinnaars.
Interessanter is echter wanneer ze voorkomen.
Van 2012 tot en met 2014 wint drie jaar achter elkaar de
Eurovision-inzending die dat jaar voor Ruud het belangrijkst werd. In 2013
bestaat zelfs de complete top drie uit Eurovisionrepertoire: Emmelie de Forest,
Roberto Bellarosa en Anouk.
In 2015 staan Måns Zelmerlöw, Il Volo en Loïc Nottet hoog.
In 2016 verschijnen Zoë, Poli Genova en Amir prominent. In 2017 staan Koit
Toome & Laura op 1, Francesco Gabbani op 2 en Salvador Sobral op 10, naast
Kristian Kostov en Robin Bengtsson.
Maar dan gebeurt iets merkwaardigs.
Vanaf 2020 wint geen enkele daadwerkelijke
Eurovision-inzending meer het jaaroverzicht.
En toch wordt de lijst internationaler dan ooit.
Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar volgens
mij is dit juist zeer betekenisvol.
Eurovision verandert van eindbestemming in toegangspoort
Aanvankelijk levert Eurovision rechtstreeks favoriete
nummers.
Later levert Eurovision vooral artiesten, landen en
nationale muziekscènes.
Ruud ontdekt bijvoorbeeld een artiest via Eurovision, maar
volgt daarna diens gewone repertoire. Vanuit zo'n artiest wordt vervolgens weer
ander repertoire uit dat land ontdekt.
Zo ontstaat een netwerk:
Eurovision → artiest → nationaal repertoire → samenwerkingen
→ andere artiesten → zelfstandig volgen van nationale popscene.
Dat is veel belangrijker dan alleen “Ruud houdt van het
Songfestival”.
Eurovision heeft gefunctioneerd als een internationaliseringsinfrastructuur
van de muzieksmaak.
En ergens rond het einde van de jaren 2010 wordt die
infrastructuur zo succesvol dat de persoonlijke smaak haar niet meer nodig
heeft om internationaal te blijven.
9. Dat zie je bijzonder goed aan 2020–2025
Kijk naar de jaarwinnaars:
2020 — Kendji Girac, Habibi
2021 — Koit Toome, We Could Have Been Beautiful
2022 — Calum Scott, If You Ever Change Your Mind
2023 — Manuel Carrasco, Hay que vivir el momento
2024 — Mickael Carreira & Los Romeros, Se não houvesse amor
2025 — Manuel Carrasco, Tengo el poder.
Vooral 2023–2025 is historisch.
Voor het eerst zijn er drie opeenvolgende jaarwinnaars
die niet Engelstalig zijn:
Spaans → Portugees → Spaans.
En de rest van die jaarlijsten maakt duidelijk dat het geen
toeval aan de top is.
De Top 2025 bevat naast Manuel Carrasco onder anderen
Michalis Hatzigiannis, David Afonso, Pablo Alborán, Andrea Bocelli/Kendji
Girac, Annalisa/Marco Mengoni, Nelli Matula, Louane, M. Pokora, Philipp
Dittberner, Max Giesinger, Álvaro Soler, Amir, Fernando Daniel en andere
Europese artiesten.
In 2024 staan de eerste vier zelfs:
Mickael Carreira & Los Romeros — Portugees
Silvester Belt — Litouws
Nikos Oikonomopoulos — Grieks
Kendji Girac — Frans,
gevolgd door onder andere Italiaans, Spaans, Frans en
opnieuw Grieks repertoire.
Dit is niet meer “een Nederlandse muzieksmaak met af en toe
buitenlandse curiositeiten”.
Het referentiekader is fundamenteel veranderd.
Europa zelf is de thuismarkt geworden.
10. En 2026 bevestigt dat dit geen tijdelijke fase was
De meest recente Top 17, die van 22 augustus 2026, bevat
Céline Dion, Irama, Michael Schulte, Delta Goodrem, Angelina Mango & Marco
Mengoni, Manuel Carrasco, Michalis Hatzigiannis, Pablo Alborán, Natasha
St-Pier, Wincent Weiss en Nikos Oikonomopoulos naast Engelstalige acts. In de
Tipparade staan bovendien Deens, Spaans, Grieks, Nederlands en ander
internationaal repertoire.
We kunnen 2026 nog niet als jaar vergelijken met 2025, maar
de structurele richting is volkomen duidelijk.
De continentalisering zet door.
11. Er blijkt daarnaast een opmerkelijke
genderontwikkeling te bestaan
Ook dit had ik vooraf niet zo sterk verwacht.
Van de tien beschikbare jaarwinnaars tussen 1989 en 1999 —
1992 ontbreekt — worden er acht door vrouwelijke soloartiesten geleverd.
Madonna wint 1989
en 1990. Ruth Jacott 1993 en 1994. Céline 1995, 1996 en 1998. Madonna
opnieuw 1997. Alleen BZN in 1991 en Enrique Iglesias in 1999 doorbreken dat
patroon.
Over alle 36 beschikbare jaarwinnaars krijg ik:
17 vrouwelijke soloartiesten, 12 mannelijke
soloartiesten, 4 groepen en 3 duo's/samenwerkingen.
Maar die totaalsom maskeert een historische omslag.
Van 2020 tot en met 2025 is geen enkele jaarwinnaar
een vrouwelijke soloartiest of een vaste groep. De winnaars zijn vijf
mannelijke soloartiesten plus in 2024 een mannelijke samenwerking.
Dat betekent overigens nadrukkelijk níét dat vrouwelijke
artiesten uit de smaak verdwijnen. Kylie Minogue, Céline Dion, Delta Goodrem,
Mylène Farmer, Tina Arena, Barbara Pravi, Annalisa, Angelina Mango, Jóhanna
Guðrún enzovoort blijven aanwezig.
Wat verandert is specifieker:
de artiest die een heel jaar lang de grootste cumulatieve
impact heeft, verschuift van de vrouwelijke popdiva naar de mannelijke Europese
singer-popartiest.
Dat is een interessante structurele smaakverschuiving.
12. Daarmee verandert ook het ideaaltype van de favoriete
artiest
In de jaren negentig is het archetype grofweg:
Madonna /
Céline Dion / Gloria Estefan / Ruth Jacott / Kylie Minogue.
Sterke, herkenbare vrouwelijke artiesten, grote producties,
grote vocale of poppersoonlijkheid.
In de huidige fase wordt een tweede ideaaltype belangrijk:
Manuel Carrasco / Pablo Alborán / Kendji Girac / Michalis
Hatzigiannis / Michael Schulte / Tim Bendzko / Max Giesinger / Marco Mengoni.
Dat zijn vaker mannelijke zangers die zich bewegen tussen:
- singer-songwriter;
- adult
pop;
- chanson;
- mediterrane
pop;
- melodieuze
radio-pop;
- emotionele
ballad.
Dat is geen vervanging van het eerste model — Kylie en
Céline laten juist opmerkelijke continuïteit zien — maar een uitbreiding en
verschuiving van het zwaartepunt.
13. Kylie Minogue is misschien de interessantste
continuïteitsartiest
Céline Dion is kwantitatief de machtigste jaarwinnaar, maar
Kylie Minogue is vanuit longitudinaal oogpunt misschien nog interessanter.
Ze is al aanwezig in de oorspronkelijke Top 20 van 1989 en
1990, staat in 2001 weer zeer hoog met Can't Get You Out of My Head,
domineert in verschillende latere perioden opnieuw, staat in de jaren 2010 en
2020 voortdurend in de lijsten en is in augustus 2026 opnieuw aanwezig, zowel
samen met Snow Patrol als met Madonna in de Megaschijf.
Dat betekent dat Kylie een muzikale brug vormt van ongeveer 35
jaar smaakgeschiedenis.
Zij laat precies zien waarom de analyse niet kan worden
gereduceerd tot opeenvolgende modefasen.
Onder de veranderingen ligt een vrij stabiele esthetische
kern.
14. Die kern noem ik de “smaakgrammatica”
Genres veranderen. Talen veranderen. Landen veranderen.
Artiesten veranderen.
Maar bepaalde eigenschappen keren buitengewoon hardnekkig
terug.
De Top 17 prefereert door vrijwel alle perioden heen muziek
die:
melodieus is, een duidelijke liedstructuur heeft, vocaal
centraal staat, emotioneel direct communiceert, verzorgd geproduceerd is en
relatief gemakkelijk een affectieve band met een uitvoerende artiest mogelijk
maakt.
Daarom passen BZN, Céline Dion, Madonna, Mylène Farmer,
Delta Goodrem, Mika, Kendji Girac, Tim Bendzko, Manuel Carrasco en Michalis
Hatzigiannis uiteindelijk beter bij elkaar dan hun formele genres suggereren.
De genres zijn verschillend.
De esthetische grammatica is verwant.
En dat verklaart ook waarom rock, hiphop of sterk
experimentele elektronische muziek nooit werkelijk de structurele kern van de
actuele Top 17 wordt.
15. Maar Revisited laat zien dat de volwassen historische
smaak wél breder is geworden
Hier wordt het onderzoek bijzonder interessant.
Voor 1989, 1990 en 1991 kunnen we de oorspronkelijke
jaarlijst rechtstreeks vergelijken met de latere Revisited-lijst.
De overeenstemming blijkt verrassend klein.
Van de oorspronkelijke top tien van 1989 komen slechts vier
nummers opnieuw in de Revisited-top tien.
Voor 1990 eveneens vier.
Voor 1991 nog maar drie.
Over de drie jaren samen blijven dus slechts 11 van de 30
oorspronkelijke top-tienposities vertegenwoordigd in de nieuwe top tienen:
ongeveer 37 procent.
Met andere woorden:
bijna twee derde van wat nu als de tien beste nummers van
zo'n jaar wordt beschouwd, stond destijds niet in de persoonlijke top tien.
Dat is een forse smaakverschuiving.
16. 1991 is het spectaculairste voorbeeld
De oorspronkelijke top van 1991 was:
BZN — It Happened 25 Years Ago
Grease Megamix
Mylène Farmer — Désenchantée
Bryan Adams — (Everything I Do) I Do It for You
Madonna — Rescue Me.
De huidige Revisited-top begint met:
Mylène Farmer — Désenchantée
Queen — The Show Must Go On
R.E.M. — Losing My Religion
Bryan Adams — (Everything I Do) I Do It for You
Chris Isaak — Wicked Game
George Michael — Cowboys and Angels.
En het werkelijk verbluffende gegeven:
BZN – It Happened 25 Years Ago gaat van nummer 1 naar
nummer 105.
Dat is niet een kleine correctie.
Dat is een fundamentele herinterpretatie van het muzikale
jaar.
17. De grote stijgers vertellen ons welke eigenschappen
later belangrijker zijn geworden
In 1989 stijgen in Revisited bijvoorbeeld sterk:
Poison — Every Rose Has Its Thorn
U2 — All I Want Is You
Tears for Fears & Oleta Adams — Woman in Chains
John Hiatt — Have a Little Faith in Me
Neneh Cherry — Buffalo Stance
Van Morrison — Have I Told You Lately.
Daartegenover zakken onder andere André van Duin, Gerard
Joling, Jan ten Hoopen, Confetti's en Milli Vanilli sterk.
Voor 1990 behoren Enjoy the Silence van Depeche Mode,
U2, Leningrad van Billy Joel, Summer of '69 van Bryan Adams, Zeg
me dat het niet zo is van Frank Boeijen en I Promised Myself van
Nick Kamen tot de enorme stijgers. BZN, Gerard Joling, sommige Clouseau-tracks
en lichtere periodehits verliezen sterk.
In 1991 stijgen onder meer Scorpions, INXS, Enigma, Ten
Sharp, A-ha, U2, Oleta Adams, Pet Shop Boys en Seal enorm.
Daarmee wordt iets zichtbaar wat je aan de actuele Top 17
alleen niet zo gemakkelijk zou ontdekken:
de volwassen historische canon is iets meer rock-,
artpop- en singer-songwritergericht dan de contemporaine nieuwe-muzieksmaak.
Dat is een belangrijk onderscheid.
18. Er bestaan dus feitelijk twee Ruud-canons
Niet twee tegenstrijdige smaken, maar twee verschillende
beoordelingssituaties.
De actuele canon vraagt:
Wat raakt mij nú in nieuwe muziek?
Daar domineert melodieuze, vocale, Europese pop.
De retrospectieve canon vraagt:
Wat is na 30 à 35 jaar uit dit muziekjaar werkelijk overeind
gebleven?
Daar krijgen Queen, R.E.M., Depeche Mode, U2, Tears for
Fears, INXS, Chris Isaak, George Michael enzovoort meer ruimte.
Dat betekent dat muziek op termijn wordt beoordeeld op
andere eigenschappen dan bij de eerste kennismaking.
Ik zou die tweede set criteria omschrijven als:
duurzaamheid, compositiekracht, volwassen emotionele
resonantie, artistieke eigenheid en culturele houdbaarheid.
Dat verklaart de enorme herwaarderingen beter dan simpelweg
zeggen dat de smaak “beter” is geworden.
19. Revisited laat bovendien het verschil tussen
ontwikkelingsgeschiedenis en herinnering zien
Doordat de oorspronkelijke lijsten werkelijk bewaard zijn
gebleven, kunnen we voorkomen dat de huidige herinnering het verleden achteraf
gladstrijkt.
Iemand kan in 2026 ervaren:
“Queen en R.E.M. horen helemaal bij mijn 1991.”
Maar het historische document zegt:
R.E.M. stond destijds op 12 en Queen op 33, terwijl BZN, de
Grease Megamix en andere nummers veel hoger eindigden.
Dat is methodologisch bijzonder waardevol.
We hebben hier namelijk twee meetmomenten van dezelfde
persoon:
T1: wat werd werkelijk gewaardeerd in 1991?
T2: wat wordt in 2026 uit 1991 gewaardeerd?
Het verschil daartussen is zelf data.
De website documenteert daardoor niet alleen muzieksmaak,
maar ook de ontwikkeling van autobiografisch en esthetisch geheugen.
20. De mainstreamrelatie verandert eveneens fundamenteel
Mijn eerdere formulering “van mainstream naar persoonlijk”
moet ik na deze corpusanalyse aanscherpen.
De vroege Top 17 is namelijk óók persoonlijk. Maar het
mogelijke repertoire wordt in sterkere mate vooraf geselecteerd door de
Nederlandse muziekindustrie.
Het model is ongeveer:
1989–ca. 2000: Nederlandse distributie/hitparade →
persoonlijke selectie.
Daarna ontstaat:
ca. 2000–2015: Nederlandse Top 17 + een afzonderlijk
buitenlands ontdekkingscircuit.
En uiteindelijk:
ca. 2015–heden: internationaal digitaal aanbod →
rechtstreekse persoonlijke selectie.
De website zelf documenteert die institutionele
verschuiving: de Foreign Single Top bestond voor muziek zonder Nederlandse
release, terwijl tegenwoordig een afzonderlijke internationale digitale release
voldoende kan zijn voor toelating tot de hoofdchart.
Daarom zou ik niet zeggen dat Ruud “mainstreammuziek achter
zich laat”.
Hij laat vooral de Nederlandse mainstream als
poortwachter achter zich.
Dat is iets totaal anders.
21. Er ontstaat zelfs een soort post-nationale
muzieksmaak
“Internationaal” vind ik inmiddels eigenlijk te zwak.
Een doorsnee internationale Nederlandse popconsument
luistert immers ook naar internationale muziek, maar dan vooral naar de
Anglo-Amerikaanse mondiale mainstream.
Dat is hier juist steeds minder het geval.
De huidige smaak beweegt relatief moeiteloos tussen:
Nederland → Duitsland → Frankrijk → Spanje → Portugal →
Italië → Griekenland → Scandinavië → Baltische staten.
Daarbij hoeft een artiest helemaal geen groot Nederlands
succes te hebben.
Dat zou ik transnationaal Europees of zelfs post-nationaal
Europees noemen.
Niet omdat nationale muzikale culturen verdwijnen — juist
niet — maar omdat de Nederlandse grens nauwelijks meer bepaalt welk repertoire
cultureel bereikbaar voelt.
22. Tegelijkertijd ontstaat een duidelijk zuidelijk
zwaartepunt
Binnen dat Europese netwerk is de ontwikkeling niet
geografisch neutraal.
In de jaren 2000 waren Frankrijk en Scandinavië opvallend
sterk.
Later komen Duitsland en Italië sterker op.
In de jaren 2020 verschuift het zwaartepunt opvallend naar:
Frankrijk – Spanje – Portugal – Italië – Griekenland,
met Duitsland als belangrijk noordelijk/centraal tegengewicht.
Dat zien we bij Kendji Girac, Manuel Carrasco, Pablo
Alborán, Álvaro Soler, Mickael Carreira, Fernando Daniel, Marco Mengoni, Irama,
Michalis Hatzigiannis, Nikos Oikonomopoulos, Patrick Fiori, M. Pokora en
anderen.
Het gaat dus steeds minder om “buitenlandse muziek” als één
categorie.
Er ontstaat een eigen Europese geografische smaakkaart.
23. Mijn uiteindelijke periodisering ziet er daarom iets
anders uit dan na de eerste close reading
Ik zou de geschiedenis nu als volgt interpreteren.
1989–1994: formatieve hitparadefase. De eigen smaak
ontwikkelt zich binnen het repertoire dat de Nederlandse commerciële
muziekwereld aanbiedt. Er is al persoonlijke selectiviteit, maar de
beschikbaarheidsgrens is sterk.
1995–2003: emotioneel-vocalistische verbreding.
Céline Dion is de spil. Frankrijk, Canada, Zuid-Europa en Latin pop worden
belangrijker. De voorkeur voor grote melodie en vocale emotie stabiliseert.
2004–2011: Europese exploratiefase. O-Zone, Helena
Paparizou, Basshunter, Franse artiesten en Eurovision openen steeds meer
nationale repertoires. Foreign Singles maken zichtbaar dat de feitelijke smaak
groter is dan de hoofdchart kan verwerken.
2012–2017: Eurovisionversnelling en systeemomslag. Eurovision
wordt uitzonderlijk dominant als ontdekkingskanaal, terwijl de scheiding tussen
Nederlandse en buitenlandse releases uiteindelijk betekenis verliest. Kendji en
Céline winnen in 2015–2016 al met Frans repertoire.
2018–2026: autonome Europese canon. Eurovision blijft
belangrijk, maar is niet meer noodzakelijk als toegangspoort. Nationale scènes
worden zelfstandig gevolgd. Spanje, Frankrijk, Portugal, Italië, Griekenland en
Duitsland worden structureel onderdeel van de hoofdcanon.
Dat is volgens mij de sterkste empirisch onderbouwde
periodisering van het corpus.
24. En daarmee moet mijn eerdere these iets worden
bijgesteld
Eerder schreef ik ongeveer:
de smaak verandert relatief weinig; vooral de geografische
horizon wordt groter.
Na de volledige longitudinale vergelijking vind ik dat te
voorzichtig.
Er bestaat inderdaad een zeer stabiele smaakgrammatica —
melodie, zang, emotionele directheid, artist loyalty.
Maar er zijn óók echte inhoudelijke veranderingen:
de vrouwelijke popdiva verliest haar positie als bijna
vanzelfsprekende dominante jaarartiest; de mannelijke continentale
singer-popartiest wordt veel belangrijker; de volwassen retrospectieve smaak
absorbeert meer rock en artpop; het Engelstalige karakter neemt sterk af; de
voorkeur voor zuidelijk Europees repertoire neemt sterk toe.
Dus:
de kerncriteria blijven opmerkelijk stabiel, maar het
muzikale universum waarin die criteria worden toegepast verandert fundamenteel.
Dat vind ik preciezer.
25. De diepste conclusie: er zijn drie causaliteiten
De ontwikkeling op Top17online kan uiteindelijk niet worden
toegeschreven aan één oorzaak.
Ontwikkeling van de persoon
Een kinderlijke/vroeg-adolescente hitparadesmaak wordt een
volwassen, veel bredere smaak. Revisited maakt die ontwikkeling direct
meetbaar.
Ontwikkeling van de mediawereld
Fysieke Nederlandse singles maken plaats voor internet,
streaming, YouTube, internationale releases en onmiddellijke toegang tot
nationale muziekscènes.
Ontwikkeling van het eigen meetsysteem
Top 20 → Top 17 → Foreign Singles → versoepelde
releasecriteria → Classics → Revisited → Schaduwlijst.
En die processen beïnvloeden elkaar.
Ruud heeft niet alleen een veranderende muzieksmaak.
Hij heeft gaandeweg ook een steeds beter instrument
gebouwd om zijn muzieksmaak te kunnen waarnemen.
Dat vind ik na deze analyse misschien de meest interessante
conclusie.
26. Daardoor zou ik Top17online nu anders typeren
Niet meer alleen als “gekwantificeerde autobiografie”,
hoewel dat nog steeds klopt.
Ik zou een stap verder gaan:
Top17online is een longitudinaal zelfobservatiesysteem
waarin muzieksmaak sinds 1989 wordt geregistreerd, geordend, gecumuleerd en
inmiddels retrospectief opnieuw beoordeeld. Daardoor documenteert het corpus
tegelijkertijd de ontwikkeling van een persoon, de transformatie van de
Europese muziekconsumptie en de verandering van de instrumenten waarmee
muzikale voorkeur wordt gemeten.
En daardoor is het corpus werkelijk bijzonder.
Spotify kan vastleggen wat iemand in 2026 afspeelt.
Last.fm kan luistergedrag kwantificeren.
Een oude jaarlijst kan vertellen wat iemand in 1991 mooi
vond.
Maar Top17online kan iets zeldzamers:
laten zien wat dezelfde persoon in 1991 mooi vond, wat
daarvan in het geheugen overleefde, wat in 2026 anders wordt beoordeeld, welke
destijds gemiste muziek alsnog aan 1991 wordt toegevoegd én hoe de criteria
waarmee muziek überhaupt in aanmerking kwam in de tussentijd veranderden.
Dat maakt dit eigenlijk een kleine longitudinale casestudy
van muzikale smaakvorming over bijna vier decennia.
En het meest fascinerende resultaat is misschien de
combinatie van enorme verandering en enorme continuïteit: de jongen die
in 1989 Madonna, Gloria Estefan, BZN en Kylie rangschikte en de volwassen man
die in 2026 Céline Dion, Irama, Manuel Carrasco, Michalis Hatzigiannis, Pablo
Alborán en Natasha St-Pier rangschikt, hebben duidelijk niet dezelfde
muzieksmaak — maar ze gebruiken nog steeds grotendeels dezelfde
onderliggende muzikale grammatica om te bepalen wat raakt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten